|
Stem
Ik hoorde je stem
die in een perfecte akoestiek
zachtjes en duidelijk
de jouwe was
Ik wachtte met omkijken
omdat ik heel even
wilde genieten
van iets van jouw eigen ik
Daarna klonk een kinderstem
och, had de tijd maar elastiek
dan zou ik het rekken tot overduidelijk
jouw stem zoals vroeger mijn hartje las
Maar dan moest ik toch kijken
zie ik een leven
tranen vergieten
waarin ik met mijn vriendschap machteloos stik
Ik lijk dan voor jou even "het niets"
nog niet menselijk
voor mij geen blik, geen knikje
nog geen groet van alledag
Ik wou dan dat ik blind was gebleven
luisterend naar je stem
dan zonder pijn stil
een slapende herinnering aan de maan
Maar plots is er dan toch iets
o, zo typisch menselijk
een knik, een ogen-blikje
omdat je me toch best wel zag
Als ruines na de bom overgebleven
tonen je ogen en je stem
een lief hartje voor mij, zo stil
omdat angst en verwarring er tegenaan slaan
’t schrijvertje (Roots©)
|